|
|
| |
|
Amal carburateurs
|
| |
Bijna alle klassieke Britse motorfietsen werden standaard uitgerust met
Amal carburateurs. In dit artikel gegevens van de drie meest voorkomende
Amal carburateurs:
|
- De standaard Amal carburateur
- De Amal Monobloc
- De Amal Concentric
|
|
1) De standaard Amal carburateur
|
| |
- Deze carburateur, die tot 1955 gemonteerd werd op de meeste Engelse
motoren, werd geleverd in 4 basismaten met de typenummers 74, 75, 76
en 89. Van de 89 was ook een versie 29 leverbaar met dezelfde basismaat.
Elk van deze vier basismaten was leverbaar met verschillende boringen.
Met uitzondering van het carburateurhuis en het sproeierblok zijn alle
onderdelen uitwisselbaar.
- De hoofdsproeiers zijn genummerd, in stappen van 5 beneden de 100
en in stappen van 10 erboven.
- In de gasnaald is bovenaan een nummer ingeslagen dat overeenkomt
met het 2e cijfer van de basismaat carburateur waar hij bij hoort, dus
4, 5, 6, en 9
- De naaldsproeier van de types 74, 75 en 76 zijn identiek, de lengte
van het zeskantige deel is 15/16". De types 89 en 29 zijn voorzien
van een naaldsproeier met een zeskantig deel van 1 3/16" lang.
De standaardboring van de naaldsproeier is .1065" . Mocht de motor
tussen een- en driekwart gas met de gasnaald in de bovenste stand toch
een te arm mengsel krijgen dan is een .1075" of een .108"
naaldsproeier nodig (beide zijn leverbaar)
- De gasschuifafschuining is bovenin de gasschuif ingeslagen. Het eerste
cijfer geeft de basismaat van de carburateur waar de gasschuif bijhoort
aan, het tweede cijfer geeft de lengte van de afschuining aan in 1/16".
|
| Versies van de standaard Amal: |
| type |
boring |
| 74 |
21/32" en 25/32" |
| 75 |
13/16" en 7/8" |
| 76 |
15/16"en 1" en 1 1/16" |
| 89 / 29 |
1 3/32" en 1 1/8" |
| 2) De Amal Monobloc |
| |
| In 1955 werd de standaard Amal vervangen door de Amal Monobloc carburateur.
De vlotterkamer is een geheel met het carburateurhuis. Het voordeel ten
opzichte van de oude carburateur was dat de Monobloc 15 graden schuin kon
worden gemonteerd zonder dat het functioneren van de carburateur |
| Beïnvloed werd. In veel gevallen waren aanpassingen in de vlotterkamer
hierdoor overbodig geworden. Een ander verschil met de standaard Amal is
dat de Monobloc een uitwisselbare stationairsproeier heeft. De Monobloc
werd op vrijwel alle Engelse motorfietsen gemonteerd tot en met 1965. Bij
montage van het vlotterkamerdeksel is het verstandig steeds een nieuwe pakking
te monteren. |
| De Monobloc was leverbaar in drie basismaten, die elk weer met verschillende
boringen te verkrijgen waren. De typenummers van de basismaten zijn 375,
376 en 389. Met uitzondering van het carburateurhuis en het sproeierblok
zijn alle onderdelen van deze carburateur in alle boringen uitwisselbaar.
|
- In de gasnaald is bovenin een letter ingeslagen, die aangeeft bij
welk type carburateur de gasnaald hoort. B = 375, C = 376 en D = 389.
- De naaldsproeier is standaard maat .106". De maten .105" en .107"
zijn ook verkrijgbaar.
- De gasschuif van de Monobloc is op dezelfde wijze genummerd als die
van de standaard Amal. Meest gebruikt is de schuif met 3 ½ zestiende
inch afschuining. (ofwel 7/32")
- " De stationairsproeier is verkrijgbaar in de maten 20, 25 en
30
|
| Versies van de Monobloc: |
| type |
boring |
| 375 |
25/32" en 13/16" en 7/8" |
| 376 |
15/16" en 1" en 1 1/16" |
| 389 |
1 1/8" en 1 5/32" en 1 3/16" |
| |
| 3) De Amal Concentric |
| |
| De Concentric werd vanaf 1967 gemonteerd op de meeste Engelse motorfietsen.
Door zijn compacte ontwerp kan de Concentric als vervanger van andere modellen
gebruikt worden. De nylon klemringen van de stationaire sproeierschroef
en de aanslagschuifschroef moeten vervangen worden als de schroeven te los
draaien. Bij niet vervangen kan de afstelling van de carburateur verlopen,
en kun je de schroeven verliezen. Bij het monteren van de gasschuif wil
de gasnaald nog wel eens naast de naaldsproeier zakken waardoor een veel
te rijk mengsel het gevolg is. Met een vinger door de inlaatopening kun
je de gasnaald op de goede plaats krijgen. |
| De Concentric is leverbaar in 6 maten met de typenummers 622, 624, 626,
928, 930 en 932. |
- Tot 1969 had de Concentric een uitwisselbare stationairsproeier. Daarna
werd een ingeperste bus gebruikt. Het schroefdraad voor de uitwisselbare
sproeier was nog wel lange tijd terug te vinden in het carburateurhuis.
Het lijkt daardoor alsof je een onderdeel mist. De geperste sproeier
bevindt zich aan het einde van het kanaal waarin de stationaire stelschroef
is gemonteerd.
- " Vanaf 1969 werd in de meeste concentrics een naaldsproeier
met een opening dwars door de zeskant gemonteerd. Voor deze sproeier
is een andere gasnaald vereist, met typenummer 622/124. Als je in een
Concentric de naaldsproeier met dwarsopening in de zeskant wilt monteren
heb je de volgende onderdelen nodig: de 622/122 naaldsproeier, de 622/124
gasnaald en de 622/128 sproeierhouder.
|
| Versies van de Concentric |
| |
| type |
boring mm |
boring inch |
| 622 |
22 |
.865" |
| 624 |
24 |
.865" |
| 626 |
26 |
1.023" |
| 928 |
28 |
1.118" |
| 930 |
30 |
1.181" |
| 932 |
32 |
1.260" |
|